Rustig doorgaan Vijftig – en dan verder. Eitje erbij?

Kritische mannen

In mijn broekpak – pantalon, blouse, colbertje, decente hakjes – loop ik, een zwaar onderbetaalde juniorconsultant bij een Duits technisch netwerkadviesbureau, het grote podium op. De 21e eeuw is net begonnen en nu moet ik hier, in de spotlights, mijn werk doen. Mijn hart bonkt zo hard dat ik vrees dat werkelijk iedereen het hoort.

Waarom heb ik toegezegd om deze helse opdracht uit te voeren? En dat wel tot minstens tien keer aan toe? Op congrespodia in diverse steden in Duitsland? Wáárom?

Ik plant mijn laptop op de katheder, sluit de kabel aan en open de PowerPoint-presentatie. Helaas, de witte wand linksachter mij blijft spierwit. Kut. Een knul, nog veel jonger dan ik, schiet te hulp, drukt op een paar knopjes en floep, daar is ie. Mijn titelsheet. Een zucht van opluchting ontsnapt me. Geroezemoes in de zaal.

Zo’n driehonderd paar kritische ogen staren mij aan. Ik zie hen denken: wat moet dat meisje daar? Wat denkt zíj ons te kunnen vertellen over technische telecomzaken als xDSL, netwerken en the last mile, als ze niet eens haar laptop aan kan sluiten op een beamer?

Het liefst zou ik hard wegrennen. Alléén maar mannen. Ik zie geen enkele vrouw! Sta ik hier in mijn charmante broekpakje. All (male) eyes on me.

Ik stoot mijn glas bijna om en neem snel een slok water om mijn wanhoop te verdoezelen en alle vluchtinstincten weg te spoelen. Jee, hoe was het begin ook alweer? Na enkele ehms en euhs weet ik het weer een beetje. Eerst mijzelf voorstellen. Heel belangrijk. Wie ben ik en waarom kan ik dit? Of beter: denk ik dit te kunnen? Ik weet heel zeker dat iedereen in de zaal de bibbers in mijn stem bij het uitspreken van de eerste zinnen overduidelijk kan horen. Wat me nóg zenuwachtiger maakt.

Ik heb het gevoel dat ik moet overgeven en concentreer me daarom op mijn ademhaling, anders ga ik hyperventileren. Op de een of andere manier weet ik het verhaal bij de eerste sheets te formuleren. Er gaat een hand omhoog in het publiek, ergens achterin. Nee hè? Niet nu al vragen…

“Kunt u iets harder spreken? Ik zou graag uw hele verhaal willen horen.”
Ik glimlach opgelucht en antwoord luid(er dan bedoeld): “Jazeker, ik ben al heel blij dat er tenminste nog één iemand geïnteresseerd is!” Wederom gegrinnik in de zaal. Ik merk hoe de zenuwen langzaam wegebben.

Ik doe mijn ding. Een zwaar gelag, soms begeleid van licht gelach. Dat bevestigt mij: het gaat eigenlijk best goed. In ieder geval schijn ik enige entertainmentwaarde te hebben.
Dan volgt uiteindelijk de meest ongemakkelijke vraag van mijn kant: “Zijn er nog vragen?” Man, wat heb ik een hekel aan publieksvragen. Dan blijkt altijd weer hoe weinig je weet. Of hoe veel je niet meer ‘actief’ weet te herinneren.

Een paar antwoorden kan ik gelukkig geven, enkele andere vragen moet ik pareren met iets als: “Goede vraag, daar moet ik zelf straks ook nog eens even naar kijken. Maar wat denkt u zelf?” Of gewoon: “Dat weet ik helaas ook niet.” Want een verstandig spreker weet wanneer hij, of in dit geval zij, iets niet weet. En durft dat ook toe te geven, in plaats van een lulverhaal op te hangen.

Mijn beurt zit erop. Ik mag nu eindelijk zelf in de zaal gaan zitten. Nog minstens negen keer te gaan. En het enige dat ik kan doen, is hopen dat ik er ooit aan zal wennen.

Uiteindelijk waren het niet tien, maar zelfs dik twintig presentaties, over de (toen nog gloednieuwe en baanbrekende) DSL-breedbandtechnologie. En dat steeds weer voor honderden kritische mannen. Althans, ik dacht dat zij dat waren. Waarschijnlijk waren ze veel meer geamuseerd dan kritisch, maar dat had ik toen nog niet door. Het enige wat ik had moeten doen, was meer in mezelf geloven. En meteen om een terechte salarisverhoging vragen.


Nu, dik 22 jaar later, denk ik soms even terug aan die wilde jaren als rookie consultant. Dan vraag me af hoe ik ‘m dat destijds toch geflikt heb. En dan niet ondanks het publiek, maar meer ondanks mijn enorme zelfkritiek. Want die ongemakkelijkheid, die creëerde ik enkel zelf. Door de lat zo hoog te leggen. Door te hechten aan wat anderen van me zouden kunnen denken. Door steeds méér te willen. En te willen uitblinken.

Daar heb ik nu allemaal geen last meer van. Ik hoef niet meer zo  nodig. En het zal me jeuken wat anderen vinden. Maar de persoon die ik nu geworden ben, zou dit soort ongemakkelijke presentaties sowieso niet meer doen. Nog voor geen miljoen.

bron: pixabay 5506042 +1560478 + 1783010

Reageer

Lou door Lou
Rustig doorgaan Vijftig – en dan verder. Eitje erbij?
Lou

Lou? Wie is dát nu weer…

– Sinds november 2021 in het bezit van vijftig jaren totale verwarring
– Mentaal 35 met 15+ jaren aan extra levenservaring
– Vaak moe, altijd moeder
– Schnitzelkaiserin, Gräulein, Nachtzuster van Twitter (ik weiger het X te noemen)

En daarom heeft Lou hier een mooie eenpersoons community, waar ze haar ei kwijt kan; helemaal belangrijk nu die andere eieren bijna op zijn.

Deze blogsite is een vervolg op louterlou.com, alwaar alle pre-50 blogs opgetekend zijn.
Meer schrijfsels en andersoortige creatieve uitbarstingen op:
HoeVrouwenDenken.nl
Klunst.nl
HormonoLouLou

Wil je weten wat deze gemiddelde, middelbare existentie op aard nog meer uitvreet? Kijk dan even op loubartels.com.

Social gedoe
Facebook: dontwantthisanyway
Twitter (oké, oké, X): @louterlou
Instagram: @louterlou
En ik zit zelfs (nog) op LinkedIn

 

 

 

Recente berichten

Categorieën

Wat schreef ik wanneer? Want dat weet ik zelf vaak ook niet meer…