Rustig doorgaan Vijftig – en dan verder. Eitje erbij?

Knietje! (deel 5) – Knietje zit erin!

Maandag 27 mei 2024. D-Day. Nu is het dan echt zo ver.
’s Ochtends om 5 uur kruip ik het bed uit. Slapen wordt niks meer. Ik begin met de verplichte routine, die ik gisteren ook al twee keer heb doorgevoerd: van top tot teen douchen met Octenisept-gel en in beide neusgaten een dot Octenisan, min of meer hetzelfde goedje, maar dan uit een tubetje. Alles om bacteriën buiten te houden. Zo min mogelijk gespuis op het lichaam, dan daalt de kans op wondinfectie.

Ik ben nerveus. Nu wel. Ik heb nog wel wat hazenslaapjes gedaan, maar vooral veel gewoeld. Gisteren nog een lichte maaltijd, nu niks meer, behalve een slap kopje thee. Om iets na half zeven rijden we naar het ziekenhuis. In de sluis (erfstuk uit coronatijd) blijkt dat er maar één begeleider mee mag. Ik probeer het nog even, maar de mevrouw is onverbiddelijk. Ik neem afscheid van mijn lief. Hij blijft buiten, want mijn dochter wil partout niet van mijn zijde wijken.

Eenmaal op de orthopedische poli zit de wachtkamer helemaal vol met opnamepatiënten. Allemaal bagage en krukken bij hun stoelen. Een voor een worden we opgeroepen voor de opnamegegevens. Ik krijg met watervaste viltstift een groene pijl op het juiste been getekend. Het duurt allemaal eeuwig. Wéér naar buiten (met hele hebben en houwen). Wéér opgeroepen, dit keer bij de arts die de rest opneemt. Bandje met gegevens om de pols. Dat duurt nog langer en ik neem uiteindelijk tussendoor toch maar even afscheid van dochter, want die moet toch echt een keer naar school. Ze heeft tranen in de ogen, vindt het nog enger dan ik.

Dan weer wachten. Van een voorbijgaand groen pak komt de vraag of ik al bij de röntgen was. Eh, nee? Hoe dan? Of ik daar dan nog even heen wil gaan. Met al mijn bagage en krukken. Ik weiger. Ik wil eerst naar de kamer, mijn spullen in de kast zetten en naar de wc, en daarna spring ik nog wel door alle gewenste hoepels. Ook prima, zo blijkt.

eigen foto (LB)

Op de kamer is het houten kruis aan de muur het eerste wat in het oog springt. Ah ja, katholiek. Ik hoop maar dat ze een totale atheïst like me net zo goed behandelen. Vast wel, want mijn (afwezige) geloofsovertuiging is nog niet ter sprake gekomen.
Mijn kamergenote blijkt op dat moment al op de OP te liggen, die komt later. Ik ben benieuwd. Ik pleur mijn rolkoffer in de kast, mijn waardevolle spullen in de kluis en spurt naar beneden voor het röntgen. Nu kan het nog, dat spurten…

Als ik weer goed en wel weer op de kamer ben (rond 10 uur) komt er een verpleegkundige binnenlopen met operatiekleedje. “U staat al gepland, nu graag alles uittrekken en dit aan. Ook onderbroek uit. Bril af. Alles in de kast, kast op slot. Dan in bed gaan liggen, deze pil [dormicum] slikken en dan wordt u gehaald. Als u de pil geslikt heeft, niet meer opstaan, want u valt zo meteen heel plotseling in slaap.”
Okidoki. Duidelijk. Nu gaat het ineens snel. Ik pak niks meer uit, doe de kast dicht, ga in bed liggen en neem de pil. Hij is goddorie nog blauw ook.

Een beddenschuiver komt me ophalen. Bij de lift vloekt hij even (en dat in een “conventhospitaal”, een voormalig katholiek kloosterziekenhuis!), want de lift blijkt continu bezet te zijn. No worries hoor, ik heb de tijd. Bij de (gevoeld?) vijfde keer is ie eindelijk leeg. Op de anesthesie verkondig ik nog groots dat die ene blauwe pil voor geen meter werkt.
Ik hoor nog “oh echt niet, mevrouw?” en daarna niks meer.

Een uur of vier (!) later word ik wakker op de uitslaapkamer. Totaal gedesoriënteerd. Een wazige man voor mij. “Hah, mevrouw is er weer! Hallo!” Ik doe de ogen meteen weer dicht, om ze pas rond half vier weer te openen; nu een stuk wakkerder. Ik bedenk me op dat moment ineens dat ik zo’n zes uur weg ben geweest en hoop vurig dat ze op een van de aangegeven nummers (lief, kinderen) hebben verteld dat ik nog leef en dat alles oké is. Niet, dus. Ik word teruggebracht naar de kamer. Daar staat inmiddels nog een ander bed, met een – zo lijkt het – oude vrouw erin.

Voor het weggaan was ik nog zo slim om mijn mobieltje weer uit de kluis te halen en in het nachtkastje te gooien (ondanks de dormicum, gheh). Dan zou ik me meteen kunnen melden, mocht het nodig blijken. Dat was het: tig berichtjes. Mijn moeder (op vakantie) in alle staten, want het duurt allemaal véél te lang.

bron: eigen foto (LB)

15:41h meld ik, met een (niet waanzinnig geruststellende, want enorm bleekscheterige) foto erbij: “I’m back,” en ook: “Alles goed gegaan!” En dat was het ook wel weer. Nog een foto van de knie en dan donder ik weer in slaap.
De grootste horde is genomen. Knietje zit erin! Op naar beter.

bron: eigen foto (LB)

Reageer

Lou door Lou
Rustig doorgaan Vijftig – en dan verder. Eitje erbij?
Lou

Lou? Wie is dát nu weer…

– Sinds november 2021 in het bezit van vijftig jaren totale verwarring
– Mentaal 35 met 15+ jaren aan extra levenservaring
– Vaak moe, altijd moeder
– Schnitzelkaiserin, Gräulein, Nachtzuster van Twitter (ik weiger het X te noemen)

En daarom heeft Lou hier een mooie eenpersoons community, waar ze haar ei kwijt kan; helemaal belangrijk nu die andere eieren bijna op zijn.

Deze blogsite is een vervolg op louterlou.com, alwaar alle pre-50 blogs opgetekend zijn.
Meer schrijfsels en andersoortige creatieve uitbarstingen op:
HoeVrouwenDenken.nl
Klunst.nl
HormonoLouLou

Wil je weten wat deze gemiddelde, middelbare existentie op aard nog meer uitvreet? Kijk dan even op loubartels.com.

Social gedoe
Facebook: dontwantthisanyway
Twitter (oké, oké, X): @louterlou
Instagram: @louterlou
En ik zit zelfs (nog) op LinkedIn

 

 

 

Recente berichten

Categorieën

Wat schreef ik wanneer? Want dat weet ik zelf vaak ook niet meer…