Rustig doorgaan Vijftig – en dan verder. Eitje erbij?

Knietje! (deel 3) – Ik spuit mezelf wel plat

Afgelopen maandag was ik op audiëntie bij de anesthesist die mij onder zeil gaat brengen over drie weken. Correctie, nog maar 2,5 week. Godsamme, wat gaat dat snel…

Om tien voor negen moest ik er zijn. Ik was er al om half. Ik fiets toch nog sneller dan ik dacht, ondanks dat nu beide knieën pijn doen, want sinds een dag of wat wil mijn linker knie ook niet meer. Stekende pijn, ik vrees weer eens mijn binnenste meniscus; die was in die knie ook niet meer zo best (heb ik ook al heel mooie foto’s van).

Ik ben nog geen vijf minuten binnen of de baliedame van de anesthesie-poli stuurt me alweer door. Ze heeft in razend tempo mijn gegevens in de computer geramd, etiketjes geprint voor de bloedafname en een brief voor de cardiologie waar ik een ecg moet laten maken.
“U loopt gewoon weer terug naar de uitgang, dan daar naar de hoogparterre H, dan met de B-lift naar het eerste niveau en dan de blauwe stippen helemaal tot het einde volgen.”
Ik hoor alleen maar ’terug naar de uitgang’ en de moed zakt me al in de schoenen. Dat was namelijk gevoelde drie kilometer lopen.

“Oh, u loopt niet zo goed meer?”
“Nee, ik ben hier om mijn knie te laten vervangen.”
“Ah ja, nou, geen probleem, hoor! Dan rijden we u ernaartoe!” Ze trekt meteen een enorme rolstoel uit een kast, plant me erin en zet me kordaat op de gang. “Er komt dadelijk iemand om u te brengen!”
Niet dus. Na een minuut of twintig (en een keer navragen) besluit ik om het toch maar zelf op een lopen te zetten. Als ik hier nog langer wacht, ben ik drie weken vóór de operatie al permanent ingeslapen.

Ik hobbel naar de prikpoli. “Vraagt u maar even wie van de heerschappen [minstens de helft dames] de laatste was, daarna bent u aan de beurt. We prikken op volgorde van binnenkomst.” Nou, fijn dan.
Ik kijk het tiental patiënten in de wachtkamer rond. Een mevrouw gebaart dat zij degene voor mij is. Ik ga zitten. Wachten. Langgg wachten. Als weer “de volgende!” geroepen wordt en ik eindelijk ook daadwerkelijk die volgende ben, vraagt de prikdame mijn naam en geboortedatum. Ik ratel de boel op.
“Oh. Dat klopt niet.”
“Jawel hoor, ik weet het zeker.”
Blijkbaar is mijn voornaam fout (Louisa, in plaats van Louise) en mijn geboortedatum ligt er ook 11 maanden naast. Heeft die miep aan de balie toch te snel getypt. En dat, terwijl alles allang in hun systeem staat.

Nieuwe etiketjes blijken per se nodig. Maar om mij niet nog langer te laten wachten, neemt mevrouw toch nu al mijn 5 buisjes bloed af, propt ze samen met de foute gegevens en de foute etiketjes in een plastic bekertje en vermeldt dat ze er dan later wel de goede etiketjes op plakt. Ik mag het hopen…
En hop, door naar de cardiologie. Weer een hoop wachtenden voor me; er is geen plek meer om te zitten. Ik maak meteen duidelijk dat ik niet al te lang kan staan; ik krijg niet voor niks een kunstknie. Daarop veegt een kordate medewerkster alle gezonde patiëntbegeleiders de wachtkamer uit om een viertal plekken vrij te maken voor de echte patiënten. Een op krukken hangende vrouw kijkt me dankbaar aan als ze gaat zitten.

Met mijn ecg op zak strompel ik het hele eind weer terug naar de anesthesie-poli. Inmiddels zijn we twee uur verder. Na ook daar nog een kwartiertje in de wacht te hebben gezeten, zit ik eindelijk bij de arts waarvoor ik kwam. Een aardige man die mijn ingevulde formulieren uitvoerig bestudeert. “Hm. U krijgt in ieder geval een volledige narcose,” meldt hij dan, “want met die versleten rug van u is het risico in geval van een ruggenprik te groot.” Daarop had ik al gehoopt: ik heb genoeg ruggenprikken gehad om te weten dat ik die niet meer wil. Dan maar helemaal weg, in de hoop ooit weer sterker terug te komen.

Verder ben ik kerngezond: bloed is goed (“beetje hoog cholesterol,” maar jee wie heeft dat nou niet, met die steeds lager wordende drempelwaardes) en ecg ook prima. Ik meld zelf nog even dat ik hartstikke allergisch ben voor penicilline en dat ik absoluut geen infuus in mijn handrug wil. Een uitermate traumatische ervaring bij een MRI van mijn rug is mijn rechterhand finaal aan gort geprikt. Erdoorheen geprikt, zenuw geraakt. Die hand is nu nog steeds niet goed.
“We houden er rekening mee, maar als we in uw arm niets kunnen vinden, zullen we het toch moeten proberen.”

De arts vraagt nog of ik bezwaar heb tegen de toediening van bloedconserven (“We mogen u immers niet dood laten bloeden, hè…” – ja, dat zei hij letterlijk) en of ik bepaalde pijnstilling niet verdraag. Ik som alles op. “Goed, dan krijgt u gewoon Hydal. Dat is een hydro-morfine. Met een PCA [Patient Controlled Analgesia], een pompje waarmee u zelf pijnstilling kunt toedienen.”
Lijkt me een prima plan. Spuit ik mezelf wel plat. Komt u maar door!

bron: eigen foto (LB)

Wat hieraan voorafging: Knietje – deel 2


Eerder gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.nl

Reageer

Lou door Lou
Rustig doorgaan Vijftig – en dan verder. Eitje erbij?
Lou

Lou? Wie is dát nu weer…

– Sinds november 2021 in het bezit van vijftig jaren totale verwarring
– Mentaal 35 met 15+ jaren aan extra levenservaring
– Vaak moe, altijd moeder
– Schnitzelkaiserin, Gräulein, Nachtzuster van Twitter (ik weiger het X te noemen)

En daarom heeft Lou hier een mooie eenpersoons community, waar ze haar ei kwijt kan; helemaal belangrijk nu die andere eieren bijna op zijn.

Deze blogsite is een vervolg op louterlou.com, alwaar alle pre-50 blogs opgetekend zijn.
Meer schrijfsels en andersoortige creatieve uitbarstingen op:
HoeVrouwenDenken.nl
Klunst.nl
HormonoLouLou

Wil je weten wat deze gemiddelde, middelbare existentie op aard nog meer uitvreet? Kijk dan even op loubartels.com.

Social gedoe
Facebook: dontwantthisanyway
Twitter (oké, oké, X): @louterlou
Instagram: @louterlou
En ik zit zelfs (nog) op LinkedIn

 

 

 

Recente berichten

Categorieën

Wat schreef ik wanneer? Want dat weet ik zelf vaak ook niet meer…